Bekijk videoclips over uw auto

ALGEMEEN

ALGEMEEN

ALGEMEEN

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
WELKOMSTSCENARIO

WELKOMSTSCENARIO

WELKOMSTSCENARIO

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
AUTOMATISCH INSCHAKELEN VAN VERLICHTING

AUTOMATISCH INSCHAKELEN VAN VERLICHTING

AUTOMATISCH INSCHAKELEN VAN VERLICHTING

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
WAARSCHUWING SNELHEIDSOVERSCHRIJDING

WAARSCHUWING SNELHEIDSOVERSCHRIJDING

WAARSCHUWING SNELHEIDSOVERSCHRIJDING

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
RIJBAANALARM

RIJBAANALARM

RIJBAANALARM

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
PASSIEVE VEILIGHEID

PASSIEVE VEILIGHEID

PASSIEVE VEILIGHEID

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
DE OPBERGRUIMTES

DE OPBERGRUIMTES

DE OPBERGRUIMTES

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
PRESENTATIE

PRESENTATIE

PRESENTATIE

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
RIJHULPMIDDELEN

RIJHULPMIDDELEN

RIJHULPMIDDELEN

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
PARKEERHULP AAN DE VOORKANT, DE ACHTERKANT EN AAN DE ZIJKANT

PARKEERHULP AAN DE VOORKANT, DE ACHTERKANT EN AAN DE ZIJKANT

PARKEERHULP AAN DE VOORKANT, DE ACHTERKANT EN AAN DE ZIJKANT

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
EASY PARK ASSIST

EASY PARK ASSIST

EASY PARK ASSIST

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
ACHTERUITRIJCAMERA

ACHTERUITRIJCAMERA

ACHTERUITRIJCAMERA

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
ACTIVE EMERGENCY BRAKE ASSIST

ACTIVE EMERGENCY BRAKE ASSIST

ACTIVE EMERGENCY BRAKE ASSIST

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
DODEHOEKDETECTIE

DODEHOEKDETECTIE

DODEHOEKDETECTIE

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
SNELHEIDSREGELAAR/SNELHEIDSBEGRENZER

SNELHEIDSREGELAAR/SNELHEIDSBEGRENZER

SNELHEIDSREGELAAR/SNELHEIDSBEGRENZER

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
BANDENSPANNINGSBEWAKING

BANDENSPANNINGSBEWAKING

BANDENSPANNINGSBEWAKING

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
HILL START ASSIST

HILL START ASSIST

HILL START ASSIST

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Transmissie met tweewielaandrijving

Transmissie met tweewielaandrijving

Transmissie met tweewielaandrijving

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Transmissie met vierwielaandrijving

Transmissie met vierwielaandrijving

Transmissie met vierwielaandrijving

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
BESTUURDERSSTOEL

BESTUURDERSSTOEL

BESTUURDERSSTOEL

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
AIRCONDITIONING

AIRCONDITIONING

AIRCONDITIONING

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
ACHTERPORTIEREN

ACHTERPORTIEREN

ACHTERPORTIEREN

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
BAGAGERUIMTE EN VEELZIJDIGHEID

BAGAGERUIMTE EN VEELZIJDIGHEID

BAGAGERUIMTE EN VEELZIJDIGHEID

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
ENERGY DCI 110

ENERGY DCI 110

ENERGY DCI 110

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
ENERGY DCI 130

ENERGY DCI 130

ENERGY DCI 130

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
ENERGY TCE 130

ENERGY TCE 130

ENERGY TCE 130

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
ECO EN STOP&START

ECO EN STOP&START

ECO EN STOP&START

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
STOP & START

STOP & START

STOP & START

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
BOCHTLICHTEN

BOCHTLICHTEN

BOCHTLICHTEN

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
MOTORKAP

MOTORKAP

MOTORKAP

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
VOORLICHTEN

VOORLICHTEN

VOORLICHTEN

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
RUITENWISSER

RUITENWISSER

RUITENWISSER

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
ACHTERLICHTEN

ACHTERLICHTEN

ACHTERLICHTEN

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
BANDENVULKIT EN ZEKERINGEN

BANDENVULKIT EN ZEKERINGEN

BANDENVULKIT EN ZEKERINGEN

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
PRESENTATIE EXTERIEUR

PRESENTATIE EXTERIEUR

PRESENTATIE EXTERIEUR

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
MULTIMEDIA

MULTIMEDIA

MULTIMEDIA

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Weet wat de betekenis is van de waarschuwingslampjes in uw auto

Controlelampje markeringslicht

Controlelampje grootlicht

Controlelampje dimlicht

Controlelampje mistlichten voor

Controlelampje mistachterlicht

Controlelampje automatisch grootlicht

Raadpleeg de paragraaf “Verlichting en signalen” in hoofdstuk 1.

Controlelampje richtingaanwijzers links

Controlelampje richtingaanwijzers rechts

Waarschuwingslampje brandstofpeil

Het licht oranje op bij het aanzetten van het contact of bij het starten van de motor en dooft binnen enkele seconden.

Als het tijdens het rijden oranje oplicht met een geluidssignaal: ga zo snel mogelijk tanken. U kunt dan nog ongeveer 50 km rijden.

Waarschuwingslampje stop onmiddellijk

Dit gaat branden wanneer het contact wordt aangezet of de motor wordt gestart en dooft zodra de motor draait. Het gaat tegelijk met andere waarschuwingslampjes en/of boodschap(pen) branden en gaat vergezeld van een geluidssignaal.

Het dwingt u, voor uw veiligheid, direct te stoppen zonder het verkeer in gevaar te brengen. Stop de motor en start deze niet opnieuw.

Roep de hulp in van een merkdealer.

Waarschuwingslampje storing remsysteem

Het licht op bij het aanzetten van het contact of het starten van de motor en dooft binnen enkele seconden.

Als het controlelampje tijdens het remmen gaat branden samen met het waarschuwingslampje®en er een geluidssignaal klinkt, dan wijst dat op een daling van de hoeveelheid remvloeistof of op een storing aan het remsysteem. Stop en roep de hulp in van een merkdealer.

Waarschuwingslampje laadstroom

Het licht op bij het aanzetten van het contact of het starten van de motor en dooft binnen enkele seconden.

Als het tijdens het rijden gaat branden samen met het waarschuwingslampje®en er een geluidssignaal klinkt, betekent dit dat het elektrische circuit onvoldoende of te veel geladen wordt.

Stop en roep de hulp in van een merkdealer.

Waarschuwingslampje oliedruk

Het licht op bij het aanzetten van het contact of het starten van de motor en dooft binnen enkele seconden.

Als het tijdens het rijden gaat branden samen met het waarschuwingslampje®en er een geluidssignaal klinkt, moet u direct stoppen en het contact uitzetten.

Controleer het oliepeil van de motor. Als het peil normaal is, is er een andere oorzaak. Roep de hulp in van een merkdealer.

Waarschuwingslampje snelheidsafhankelijke stuurbekrachtiging

Het licht op bij het aanzetten van het contact of het starten van de motor en dooft binnen enkele seconden.

Als het tijdens het rijden oplicht samen met het waarschuwingslampje®, duidt dit op een storing in het systeem.

Roep de hulp in van een merkdealer.

Waarschuwingslampje

Dit gaat branden wanneer het contact wordt aangezet of de motor wordt gestart en dooft zodra de motor draait. Het kan tegelijk gaan branden met andere waarschuwingslampjes en/of boodschappen op het instrumentenpaneel.

Het is nodigvoorzichtigdirect naar een merkdealer te rijden. Als u dit voorschrift negeert, loopt u het risico dat uw auto beschadigd wordt.

Waarschuwingslampje luchtverontreiniging

Bij auto's die hiermee zijn uitgerust, gaat het lampje branden wanneer de motor wordt gestart en afhankelijk van de auto gaat het lampje uit wanneer de motor wordt uitgeschakeld nadat deze in stand-by is gezet (raadpleeg de informatie over de functieStop and Startin hoofdstuk 2).

–Als het continu brandt, moet u zo snel mogelijk een merkdealer raadplegen;

–als het knippert, moet u vaart verminderen tot het knipperen ophoudt. Raadpleeg zo spoedig mogelijk een merkdealer.

Raadpleeg de paragraaf “Tips voor zuinig rijden en minder luchtverontreiniging” in hoofdstuk 2.

Waarschuwingslampje antiblokkeersysteem

Het licht op bij het aanzetten van het contact of het starten van de motor en dooft binnen enkele seconden.

Als dit lampje tijdens het rijden oplicht, wijst dit op een storing in het ABS-systeem.

Er kan dan met de auto worden geremd als bij een auto zonderABS. Raadpleeg snel een merkdealer.

Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur

Dit licht rood op bij het aanzetten van het contact of het starten van de motor.

Als het rood wordt, moet u stoppen en de motor een tot twee minuten stationair laten draaien.

De temperatuur moet afnemen. Als dit niet zo is moet u de motor stoppen. Laat deze afkoelen voordat u de koelvloeistof controleert.

Roep de hulp in van een merkdealer.

Systeemwaarschuwingslampje roetfilter (benzine-uitvoering)

Zie “Bijzonderheden van de benzinemotor” in hoofdstuk 2.

Indicatielampje voor overschakelen naar de volgende versnelling

Ze lichten op om u te adviseren naar een hogere versnelling (pijl omhoog) of lagere versnelling (pijl omlaag) te schakelen.

Raadpleeg de paragraaf “Tips voor het rijden,Eco-rijden” in hoofdstuk 2.

RichtingaanwijzerAirbag

Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als het contact wordt aangezet of de motor wordt gestart en dooft na enkele seconden.

Als het niet oplicht bij het aanzetten van het contact of als het oplicht bij draaiende motor, wijst dit op een storing in het systeem.

Raadpleeg zo spoedig mogelijk een merkdealer.

Waarschuwingslampje voet op het rempedaal

Het licht op zodra het rempedaal moet worden ingedrukt. Raadpleeg de paragraaf “Automatische transmissie” in hoofdstuk 2.

Raadpleeg de paragraaf “Tips voor het rijden,Eco-rijden” in hoofdstuk 2.

Waarschuwingslampje automatische parkeerrem vastgezet

Raadpleeg de paragraaf “Parkeerrem” in hoofdstuk 2.

Controlelampje voorverwarming (dieselmotor)

Met contact aan, moet het oplichten. Het geeft aan dat voorverwarmingsstiften werken.

Het dooft als de voorverwarming klaar is. De motor kan starten.

Waarschuwingslampje motor op stand-by

Raadpleeg de paragraaf “Stop and Start-functie” in hoofdstuk 2.

Waarschuwingslampje motor kan niet op stand-by worden gezet

Raadpleeg de paragraaf “Stop and Start-functie” in hoofdstuk 2.

Controlelampjes snelheidsregelaar en snelheidsbegrenzer.

Raadpleeg de paragrafen “Snelheidsregelaar” en “Snelheidsbegrenzer” in hoofdstuk 2.

Controlesysteem bandenspanning

Raadpleeg de paragraaf “Systeem voor het controleren van de bandenspanning” in hoofdstuk 2.

ControlelampjeECO

-modus.

Dit gaat branden wanneer deECO-modus wordt geactiveerd.

Raadpleeg de informatie over “Eco-rijden” in hoofdstuk 2.

Waarschuwingslampje voor het reagenspeil en storingen in het EGR-systeem

Zie “Reagenstank” in hoofdstuk 1.

Waarschuwingslampje parkeerhulp

Raadpleeg de paragraaf “Parkeerhulp” in hoofdstuk 2.

Waarschuwingslampje noodstopbekrachtiging

Raadpleeg de paragraaf “Hulp- en correctiesystemen tijdens het rijden” in hoofdstuk 2.

Controlelampje voor het elektronisch stabiliteitsprogramma (ESC) en tractiecontrole

Het licht op bij het aanzetten van het contact of het starten van de motor en dooft binnen enkele seconden.

Er zijn verschillende mogelijkheden voor het oplichten van het waarschuwingslampje: raadpleeg de paragraaf "Hulp- en correctiesystemen tijdens het rijden" in hoofdstuk 2.

AirbagONairbag

Passagiers

Zie “Kinderveiligheid: uitschakelen/inschakelen van de passagiers

voorin” in hoofdstuk 1.

AirbagOFFairbag

Passagiers

Zie “Kinderveiligheid: uitschakelen/inschakelen van de passagiers

voorin” in hoofdstuk 1.

Waarschuwingslampje vergeten autogordel van de bestuurder en, afhankelijk van de auto, van de voorpassagier

Dit gaat branden bij het aanzetten van het contact, en vervolgens, als de autogordel van de bestuurder of passagier voorin (als de stoel bezet is) niet is vastgemaakt en de auto ongeveer 20 km/uur bereikt, knippert het en klinkt gedurende ongeveer 2 minuten een geluidssignaal.

N.B.:een voorwerp op de zitting van de passagiersstoel kan het waarschuwingslampje inschakelen.

Waarschuwing achtergordel niet vastgemaakt(afhankelijk van de auto)

Het controlelampjeßlicht op met, afhankelijk van de auto, een waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel dat aangeeft hoeveel autogordels zijn vastgemaakt gedurende ongeveer 30 seconden bij het starten van de auto, het openen van een portier of het vastmaken/losmaken van een autogordel achter. Controleer of de passagiers achter goed vastgemaakt zijn en het aantal vastgemaakte gordels overeenkomt met het aantal bezette plaatsen op de achterstoelen.

Waarschuwingslampjes geopend(e) portier(en)